Jurgen Schoenmakers is één van de keynotes op Building Holland Digital op 25 juni. Samen met Marije Kamphuis van bouwonderneming VanWijnen spreekt hij over ‘Van circulaire icoonprojecten naar het nieuwe normaal’. Jurgen Schoenmaker is Manager Duurzaamheid bij Dura Vermeer. Verduurzamen begint volgens Schoenmakers met een gedragsverandering binnen de eigen organisatie. Vier vragen aan de Manager Duurzaamheid van Dura Vermeer.

Een van de icoonprojecten is het hoofdkantoor van Alliander in Arnhem. Waarom is dit een icoon?

“Het is een bijzonder project omdat 80% van de gestripte materialen hergebruikt is. Fantastisch om te zien dat deze materialen in de garage werden opgeslagen. Na dit project was ik circulair om. De trots bij zowel bouwer als opdrachtgever straalt ervan af. Ze willen alleen maar met elkaar op de foto als het over dit project gaat. We waren hier al met circulair renoveren bezig, nog voordat de transitieagenda bestond.”

“Het geldt nog steeds als referentie. Het heeft nieuwe inzichten gegeven, impact opgeleverd en dient als voorbeeld van wat er allemaal kan. Het was binnen ons bedrijf aanjager voor nieuwe circulaire initiatieven. Binnen Dura Vermeer is een club bezig met een circulaire schil bij een groot renovatieproject. Ook kijken we naar bouwconcepten in hout als biobased alternatief voor de traditionele bouw in beton en kalkzandsteen. En in Eindhoven hergebruiken we de oude staalconstructie in een nieuwe een school.”

In één van je blogs schreef je: het ontbreekt de bouwsector niet aan de wil om te verduurzamen, maar aan inzicht in eigen gedrag en prestaties.

“We moeten binnen de bouw beter zicht krijgen op ons eigen consumptiegedrag. Die basale kennis ontbreekt vaak. De wil is er, de kennis ontbreekt. Ik geef een voorbeeld: Bij een woningbouwproject werd gebruik gemaakt van een mobiele kraan. Bij nadere beschouwing in de aeriusberekening bleek die kraan verantwoordelijk voor 80 procent van de CO2 uitstoot. Pas als je je dat realiseert kun je actie ondernemen door zaken anders te organiseren. Ook de MPG-berekening geeft ons al meer inzicht in de langetermijneffecten. De methodiek vraagt nog om wat verbetering, maar het zet wel al aan tot ander gedrag.”

“Je ziet de bouw langzaam transformeren, maar toch. Toen vorig jaar het Programma Aanpak Stikstof werd afgekeurd ging het gesprek vooral over het aantal woningen dat wel of niet gebouwd kon worden (korte termijn techniek en omzet), niet over de vraag hoe je ze gaat bouwen en wat het effect daarvan is (lange termijn klimaat en milieu).”

“Ik ben kritisch op de bouwsector. We hebben 25 jaar de problemen voor ons uitgeschoven. We wisten in de jaren tachtig al dat er een grondstoffenprobleem zou ontstaan. Er waren geen commerciële belangen om hier iets aan te doen. Je ziet nu een kentering omdat die bij wet wordt afgedwongen en omdat er ambitieuze opdrachtgevers opstaan zoals Unilever en Alliander. Van mij zouden de normen nog veel strenger mogen. Ik vraag me af of we in het huidige tempo de klimaat- en milieudoelstellingen halen.”

“Strengere normen leiden tot gelijke kansen voor het verduurzamen van de bouw en ook tot andere verdienmodellen. Voor wat betreft de kosten zijn ze nog steeds lineair gestuurd. Er wordt nog vooral op de korte termijn gestuurd in de sector. Maar wat zijn de effecten in de gebruiksfase, de komende 20 jaar, en hoe kan je ervoor zorgen dat de partijen die hier invloed op hebben gehad zich hieraan committeren? Als er in de gebruiksfase een trigger zit voor bouwers en zij op prestatie beoordeeld worden, dan ontstaat er ruimte om te innoveren omdat hier een verdienmodel ontstaat. Een circulaire economie vraagt andere verdienmodellen.”

Ben je bang dat duurzaamheidsdoelstellingen in de knel komen door corona?

“Corona lijkt een bedreiging, maar kan juist een kans zijn. Kijk maar naar de schonere lucht en minder files. Dat is toch wat we willen, waarom dan niet doorpakken? Publieke opdrachtgevers nemen hun verantwoordelijkheid, halen projecten naar voren, maar willen dan wel versnellen op duurzaamheid. Iets soortgelijks zie je ook bij pensioenfondsen en banken. Die zijn heel erg met duurzaamheid en groene financiering bezig. Het materialenpaspoort speelt daarbij een belangrijke rol. Daarom is het essentieel dat we al die informatie over materialen, de uitstoot en hergebruikmogelijkheden in een database hebben. Vandaar dat we bij Dura Vermeer sterk inzetten op digitalisering.”

“In de infra weten ze exact welke grondstoffen ze moeten inkopen voor een bepaald project. Natuursteen, zand, granulaat, beton. Er is meer inzicht in uitstoot en materiaalgebruik. In de bouwsector wordt – om maar iets te noemen – tegelwerk per vierkante meter ingekocht. Prijs is bepalend, er is geen idee wat er aan verbruik achter die vierkante meter schuil gaat. Toch streven we naar hoogwaardig hergebruik, daar is inzicht in de samenstelling en prestaties van gebouwelementen en producten voor nodig. Daarom hamer ik op het inzichtelijk maken van al deze informatie. Dat hoort bij de digitaliseringsslag die we als bouwers maken en dit geeft inzicht in de werkelijke kosten, inclusief de footprint die het achterlaat.”

Je zegt: er zullen andere samenwerkingsvormen gaan ontstaan. Hoezo?

“Er moet een eind komen aan de oude cultuur van alles op elkaar afschuiven. Een circulaire economie valt of staat bij echt samenwerken. Als bouwers moeten we onze opdrachtgevers helpen bij het formuleren van de juiste vragen die ze aan ons moeten stellen. Nu is het vaak nog zo: je hebt een probleem. Los het zelf op. Jouw probleem. In de nieuwe, circulaire economie werkt dat anders. Stel je wilt een staalconstructie hergebruiken en er blijkt Chrome-6 op te zitten, dan moet je dat oplossen zonder een juridisch gevecht. Dat vraagt oprechte samenwerking, bijschaven, flexibiliteit van de samenwerkingspartners binnen budget en planning. Dat is samenwerken binnen een circulaire economie.”